Tarjeta de hijo de puta (of: hoe Spaans benauwd je het kan krijgen van bureacratie)
21-01-09 | 22:03
- Me pone tu tarjeta azul por favor.
- Que? Welk pasje?
- je blauwe pasje.
- blauwe pasje?
- Dat zeg ik, je blauwe pasje.
- ik heb geen blauw pasje. Wel een groene.
- nee, het moet een blauw pasje zijn.
- Sorry. Waar moet ik dat **#%$^ blauwe pasje vandaan halen?
- Dat kan ik je geven.
- Mooi. Mag ik er eentje dan?
- Als je me even al je documenten geeft. Even kijken... Paspoort?
- Hier.
- En je Sofi-document?
- Je bedoelt dit gigantische stuk papier dat ik overal moet laten zien?
- ja die.
- Hier.
- En je socialeverzekeringsdocument?
- Hier.
- En je inschrijving bij de gemeente?
- Tuurlijk. Hier.
- Oh. Nee, het kan niet, je adres klopt niet.
- Jawel, dat klopt wel.
- Nee, want ik zie hier een ander adres.
- Dat klopt, dat is m’n oude adres. Ken je die straat niet? De Calle de Albert Cuyp en Holanda?
- Ok, Oh, wacht, we hebben een probleem.
- Wat voor probleem?Nog een document? Niet genoeg stempels?
- Je Sofinummer begint met een Y.
- ja. dus?
- Dat zijn nieuwe nummers. Die pakt ons systeem niet. Je moet een nummer met een X hebben.
- Hoe bedoel je nieuw? Dit nummer is al twee maanden oud!
- Dat zeg ik, pas twee maanden. Erg nieuw dus.
- En ik ben de eerste met dit probleem?
- Nee. We zijn al twee maanden op de hoogte. Maar mischien lukt het zonder. Vamos a ver...
- Dank je.
- Ja, dat lukt. en nu dit... prima. Oh sorry, om je te kunnen helpen heb ik je blauwe pasje nodig. En die heb je niet. Dus ga maar weer weg.
- Maar? huh? maar... ik heb Alles. ALLÉS... hoe...? Hè?
Zou de theorie dan toch echt kloppen? Hoe warmer het klimaat, hoe relaxter de mensen, hoe inefficiënter de instanties, want er moet ten slotte genoeg tijd blijven om de godganse middag te liggen tukken. De eerste twee weken hebben we erg kunnen genieten hier, de tranquilo vibe, de manaña mentaliteit, de relaxte lunches, om half elf aanschuiven in een uitpuilend restaurant: een verademing vergeleken met het superstrakke Nederland. Maar dan ga je door je rug (omdat je nu eenmaal een ouwe zak aan het worden bent. Jammerlijk.). Dan wordt het -letterlijk- pijnlijke verschil met datzelfde heerlijk georganiseerde Nederland zichtbaar. Wat een bureaucratische mallemolen. Voor alles heb je een stapel A4-tjes nodig, uiteraard voorzien van het goedkeuren van de plaatselijke stempel-fetisjist.
Ach, je blijft toch een Amsterdammer: altijd wat te zeiken, anders wordt het zo saai.
- Que? Welk pasje?
- je blauwe pasje.
- blauwe pasje?
- Dat zeg ik, je blauwe pasje.
- ik heb geen blauw pasje. Wel een groene.
- nee, het moet een blauw pasje zijn.
- Sorry. Waar moet ik dat **#%$^ blauwe pasje vandaan halen?
- Dat kan ik je geven.
- Mooi. Mag ik er eentje dan?
- Als je me even al je documenten geeft. Even kijken... Paspoort?
- Hier.
- En je Sofi-document?
- Je bedoelt dit gigantische stuk papier dat ik overal moet laten zien?
- ja die.
- Hier.
- En je socialeverzekeringsdocument?
- Hier.
- En je inschrijving bij de gemeente?
- Tuurlijk. Hier.
- Oh. Nee, het kan niet, je adres klopt niet.
- Jawel, dat klopt wel.
- Nee, want ik zie hier een ander adres.
- Dat klopt, dat is m’n oude adres. Ken je die straat niet? De Calle de Albert Cuyp en Holanda?
- Ok, Oh, wacht, we hebben een probleem.
- Wat voor probleem?Nog een document? Niet genoeg stempels?
- Je Sofinummer begint met een Y.
- ja. dus?
- Dat zijn nieuwe nummers. Die pakt ons systeem niet. Je moet een nummer met een X hebben.
- Hoe bedoel je nieuw? Dit nummer is al twee maanden oud!
- Dat zeg ik, pas twee maanden. Erg nieuw dus.
- En ik ben de eerste met dit probleem?
- Nee. We zijn al twee maanden op de hoogte. Maar mischien lukt het zonder. Vamos a ver...
- Dank je.
- Ja, dat lukt. en nu dit... prima. Oh sorry, om je te kunnen helpen heb ik je blauwe pasje nodig. En die heb je niet. Dus ga maar weer weg.
- Maar? huh? maar... ik heb Alles. ALLÉS... hoe...? Hè?
Zou de theorie dan toch echt kloppen? Hoe warmer het klimaat, hoe relaxter de mensen, hoe inefficiënter de instanties, want er moet ten slotte genoeg tijd blijven om de godganse middag te liggen tukken. De eerste twee weken hebben we erg kunnen genieten hier, de tranquilo vibe, de manaña mentaliteit, de relaxte lunches, om half elf aanschuiven in een uitpuilend restaurant: een verademing vergeleken met het superstrakke Nederland. Maar dan ga je door je rug (omdat je nu eenmaal een ouwe zak aan het worden bent. Jammerlijk.). Dan wordt het -letterlijk- pijnlijke verschil met datzelfde heerlijk georganiseerde Nederland zichtbaar. Wat een bureaucratische mallemolen. Voor alles heb je een stapel A4-tjes nodig, uiteraard voorzien van het goedkeuren van de plaatselijke stempel-fetisjist.
Ach, je blijft toch een Amsterdammer: altijd wat te zeiken, anders wordt het zo saai.
0 Comments

